Lineaire encoders nog nauwkeuriger

lineaire encoders HeidenhainMet de introductie van een nieuwe ASIC, de HSP 1.0, heeft Heidenhain zijn lineaire encoders nog nauwkeuriger en betrouwbaarder gemaakt. Vermoedelijk nog belangrijker voor veel machinebouwers en eindgebruikers is, dat het bedrijf ook zijn nauwkeurigheidsdefinitie heeft uitgebreid. De interpolatiefout is niet langer een vuistregel maar een hard getal.

De lineaire encodersystemen van Heidenhain staan al bekend om hun betrouwbaarheid en nauwkeurigheid. Maar met het steeds nauwkeuriger worden van bewerkingsprocessen neemt bij klanten ook de behoefte naar een nog hogere betrouwbaarheid en nauwkeurigheid toe. Een nieuwe ASIC, de HSP 1.0 (Heidenhain Signal Processor), verandert de essentie en werking van het optische meetproces niet, maar biedt machinebouwers en eindgebruikers wezenlijke voordelen. Doordat de encoders dankzij de nieuwe ASIC nóg betrouwbaarder én nauwkeuriger worden, kon ook de nauwkeurigheidsdefinitie worden uitgebreid.

Betrouwbaarheid

Een encoder moet de juiste waarde afgeven, ook bij bijvoorbeeld vervuiling door bijvoorbeeld een vingerafdruk, een stuk draad of olievlekken. Een plaatselijke verontreiniging op de encoder zorgt voor een plaatselijke afwijking van het meetsignaal. Er ontstaat een dipje in het signaal als de sensor over de vervuiling heen gaat. Bij gebruik van de nieuwe ASIC blijft het signaal veel stabieler als het over diezelfde vervuilingen heen gaat.

In tegenstelling tot gangbare technieken past Heidenhain het signaal vóór de elektronische versterking aan en niet daarna. Dat betekent dat de invloed van elektronische ruis op het uiteindelijke meetsignaal grotendeels is geëlimineerd. Aan het meetprincipe zelf verandert niets: de lineaire encoders zijn nog steeds gebaseerd op lichtreflectie van een geëtste glazen of stalen liniaal.

Nauwkeurigheidsdata

Bij de diverse types encoders geeft Heidenhain een nauwkeurigheid en een interpolatiefout aan. Die fout (de positiefout per signaalperiode) werd in het verleden aangegeven op basis van een vuistregel. Dankzij de nieuwe aftast-ASIC kan het bedrijf nu harde getallen geven in plaats van een vuistregel.

Hetzelfde geldt voor de fout in intervallen. Veel klanten gebruiken maar een klein gebied van de totale meetlengte. Dat kan met inbouwmogelijkheden te maken hebben. Maar vaak moet de machine bij opstarten of na het einde van een bepaalde bewerking terugkeren naar haar beginpositie. Veel gebruikers zijn niet geïnteresseerd in de nauwkeurigheid over het totale meetgebied, maar in het deel waar zij hun bewerkingen uitvoeren. Dat heeft Heidenhain nu ook geïntroduceerd, en dat noemt het bedrijf de nauwkeurigheid in intervallen. Dat betekent dat het voor bepaalde intervallen een nauwkeurigheid kan garanderen die tot een factor acht beter is.

Het volledig artikel vindt u in het oktober 2017 nummer van Aandrijven & Besturen.